Waarom je jezelf af en toe zou moeten filmen

“Oh nee, mijn haar zit vreselijk”
“Djiezes … sta ik ECHT zo !!”
” Is dat echt hoe mijn stem klinkt?”

Zomaar een greep uit de reacties van studenten op het zien van filmpjes van hun presentaties.

Toch tonen presentatietrainers dat soort filmpjes niet om studenten te martelen of om eens lekker mensen een ongemakkelijk gevoel te geven.

Wij weten echt wel dat het niet leuk is.

Maar we doen het,  omdat je pas je lichaamshouding kunt aanpassen als je jezelf gezien hebt. Ik heb er geen bloedstollend bewijs voor, alleen ervaring: als je jezelf hebt zien friemelen met je handen, kun je het jezelf beter afleren dan wanneer een trainer het slechts tegen je gezegd heeft.

screen-shot-2017-02-21-at-13-55-34
gefilmd tijdens college

Dat is ook de reden dat ik zorg dat ik zelf van tijd tot tijd gefilmd word: als presentatietrainer moet ik scherp blijven, blijven snappen wat je kunt doen met je lichaamshouding, mezelf blijven verbeteren. En ik doe het ook uit solidariteit met mijn studenten: ook ik voel me ongemakkelijk als ik mezelf terugzie. Ook ik vind van mezelf dat ik een rare stem heb. Heus. Maar je moet daar voorbij leren kijken om te blijven leren. Probeer maar!

Maar wat moet ik aan? 3 tips over kleding en presentaties

Ik ben geen stylist. Sterker nog: er zijn dagen dat je mij ziet rondlopen en denkt: van haar neem ik geen kledingadvies aan. Toch ga ik me vandaag wagen aan een blog over kleding bij presentaties, omdat ik denk dat jullie soms net zo worstelen met de grote vraag die ons dagelijks weer bezighoudt: wat moet ik aan?

  1.  Aanpassen aan het publiek
    Wie geloofwaardig wil overkomen, kan het best proberen over te komen als een onderdeel van de groep. En soms, als je docent bent bijvoorbeeld, net een beetje daarboven.
    Weet je niet wat de stijl van het evenement is? Het is geen schande om er simpelweg naar te vragen. Goede congres-organisatoren laten meestal wel aan je weten wat de dresscode is, maar even zo vaak wordt vergeten om sprekers goed te briefen.
  2. Zorg dat er niet te veel aandacht naar je kleding gaat
    Als je weet wat de stijl van het event is, zorg dan dat je niet enorm overdressed of underdressed bent.Als je begint te praten, moet het publiek niet afgeleid worden door je kleding. Zorg dat ze niet te veel op je kleding zullen letten. Lijkt een paradoxaal advies in een blog over kleding, maar soit.
    Dat betekent ook: geen enorme decolletés, geen teksten op je kleding (alleen als je er wat mee doet) en zorg hoe dan ook dat  je geen afleiding vormt.
  3. Wees schoon en netjes
    Dit advies lijkt een énorme open deur, toch zag ik reeds ontelbare keren studenten-met-koffievlekken spreken voor een groep.Dus ik noem het nog maar even.
    Zelf ben ik een klunzige knoeier. Ik maak al een vlek als ik een kop thee drink. Daarom heb ik als ik ergens moet spreken altijd deodorant en babydoekjes bij me. Met babydoekjes kun je zo’n beetje alle vlekken weg krijgen, zoals meel van ciabattabroodjes (één van mijn valkuilen)  en tandpasta.

 

 

 

 

 

 

 

 

9 vragen om rekening mee te houden in je publieksanalyse

 

Het moeilijkste van spreken voor een groep is dénken als die groep. En dat terwijl publieksanalyse, je dus levendig voorstellen dat je die groep bent,  de sleutel tot een goede tekst of presentatie. Hoe pak je dat aan? Om je op weg te helpen hierbij 9 vragen die je jezelf moet stellen voordat je gaat presenteren:

  1. Hoe oud zijn ze?
    Het hoeft niet per se belangrijk te zijn, maar voor sommige onderwerpen is het cruciaal om te weten of je tegen tieners of pensionado’s spreekt. Zorg dus dat je een beeld hebt van de leeftijd van je publiek en pas je referenties erop aan.
  2. Spreken ze hetzelfde jargon als jij?
    Kennen ze de terminologie die je gaat gebruiken? Als dat niet zo is, zul je veel moeten uitleggen. Dat maakt uit voor de lengte van je presentatie. Misschien zul je onderdelen moeten schrappen.
  3. Met hoeveel zijn ze?
    Het maakt nogal uit of je voor een zaal met 100 man spreekt, of een zaal met 10. Toch vergeten veel sprekers zich voor te bereiden op de grootte van de zaal en het publiek.
  4. Lijk je op ze?
    Ben je, qua gender, leeftijd, opleidingsniveau en beroep een beetje hetzelfde als je publiek, of  kom je uit een heel andere hoek? Als je gezien wordt als buitenstaander, beïnvloedt dat je verhaal.
  5. Wat weten ze al?
    Wat weten ze al over jouw onderwerp? Wat nog niet? Wat men al weet, hoef je niet nodeloos te herhalen.
  6. Wat willen ze weten? Wat moeten ze weten?
    Maak twee slides waar deze vragen in ieder geval op worden beantwoord en werk ze verder uit.
  7. Wat vinden ze ervan?
    Staan ze neutraal tegenover je onderwerp? Zullen ze het met je eens zijn? Of zullen ze het met je oneens zijn? Bereid je voor.
  8. Zijn ze vrijwillig aanwezig of niet?
    Het spreekt voor zich, maar aan mensen die niet vrijwillig aanwezig zijn zul je je onderwerp meer moeten verkopen dan aan  mensen die zich vol enthousiasme hebben aangemeld.
  9. Op welke tijd van de dag houd je je speech?
    Hebben ze al twintig sprekers gehoord? Ben je de eerste? Komt na jou de lunch? Allemaal factoren om rekening mee te houden.

 

 

Repliek van Katie Mack gaat de hele wereld over

Twitteren als wetenschapper? De meningen zijn erover verdeeld. De ene groep wetenschappers gruwt ervan alles in 140 tekens te moeten proppen, maar er is ook een groep die twitter een krachtig middel vindt om de wereld op de hoogte te houden van onderzoek.
Dr Katherine (Katie) Mack behoort tot de tweede groep. Katherine is theoretisch astrofysicus en wil nieuwe manieren vinden om te leren over het vroege universum. Ze werkte bij  Caltech, Princeton en Cambridge en is nu verbonden aan Melbourne University. Katie deed onderzoek naar zwarte gaten, de snaartheorie en de formatie van de eerste melkwegen in het universum en als @AstroKatie  gebruikt ze Twitter om wetenschap verder te laten reiken.

don’t feed the trolls.
Wie twittert, of zich op een andere manier in de spotlight zet, komt vroeg of laat negatieve reacties tegen. Het belangrijkste aan twitteren is dan ook : don’t feed the trolls. Niet op reageren dus, geen aandacht aan schenken dan gaat het meestal vanzelf over.Lekker in hun eigen sop laten gaar koken dus. Een wet die natuurlijk veel ouder is dan het internet, maar op het internet weergaloos blijkt te gelden.

klimaatverandering
Katie heeft echter nogal eens last van trollen. Ze is eerlijk en uit haar mening op scherpe wijze; dat trekt blijkbaar nare reacties aan van anonieme twitteraars.
Op een dag keek ze naar een uitzending over klimaatverandering op de Australische televisie. Ze ergerde zich toen één van de panelleden beweerde dat NASA gegevens over klimaat vervalst had.
“Het is zo frustrerend om met dit soort ontkenningen om te gaan” schreef @astrokatie in een tweet. De reactie die ze toen kreeg, van een trol, was:

screen-shot-2016-10-21-at-11-18-26

Haar antwoord:

Screen Shot 2016-10-21 at 11.21.00.png

Wat de trol terug zei is overigens niet bekend, ook zijn (?) identiteit is tot nu toe een raadsel.
Maar hoe het ook zij: deze tweet ging viral. Over de hele wereld werd dit gesprek gelezen en Katie werd online toegejuicht. Niet alleen omdat Katie veel volgers heeft die dit bericht konden verspreiden, maar ook omdat J.K. Rowling haar online in het zonnetje zette:

screen-shot-2016-10-21-at-11-23-44

Moraal van dit verhaal? Of wetenschappers nu willen twitteren of niet, als ze de arena in gaan zullen ze moeten leren omgaan met trollen. Het moet bij je passen. Sommigen hebben voor zoiets een natuurlijk talent gekregen. En wat hulp.

De handen van Donald Trump: wat wil hij ermee zeggen?

Er wordt wel eens gezegd dat “body language” voor 97% deel uit maakt van je boodschap. Soms zegt men ook wel 55%. Allemaal onzin: je kunt lichaamstaal niet kwantificeren. Maar, dat wil niet zeggen dat lichaamstaal onbelangrijk is. Het blijkt bijvoorbeeld, dat TED-talks met goede handgebaren meer worden gewaardeerd. De Amerikaanse presidentskandidaat Trump heeft handgebaren die nogal opvallend zijn.  In deze blog zal ik er drie bespreken:

      1. “Het vingertje”
        vingertjeAls Trump over Clinton praat, dan wijst hij vaak naar haar met zijn wijsvinger, of ze zich nu in dezelfde ruimte bevindt of niet.Een opgeheven vingertje wordt meestal niet gewaardeerd door gesprekspartners en het publiek. Het wordt gezien als betweterig en beschuldigend. Normaal gezien proberen sprekers zo’n vingertje dan ook te vermijden.
        Door Trump wordt het waarschijnlijk gebruikt om uit te stralen dat hij controle heeft over de situatie. En over … Hilary.
      2. “De open armen”
        Republican presidential candidate Donald Trump speaks during a campaign stop at Farmington High School, Monday, Jan. 25, 2016, in Farmington, N.H. (AP Photo/John Minchillo)
        (AP Photo/John Minchillo)

        Als iemand zijn handpalmen naar je wendt, wordt dit vaak gezien als een gebaar van openheid. Immers, van oudsher betekent zoiets : ik heb geen wapens.

        Zo is het bij Trump waarschijnlijk niet bedoeld, volgens professor Beaty, die hoogleraar is in de psychologie en auteur van Rethinking Body Language
        Trump probeert, volgens Beaty,  een wij-gevoel te scheppen. Hij wil tonen dat hij tot dezelfde groep behoort als het publiek. Hij zegt “kijker, je en ik zitten op één lijn”

      3. “Het OK-gebaar”trump3 Wat Trump erg vaak doet, is het OK-gebaar met zijn duim en wijsvinger. Er wordt gezegd dat zo’n gebaar precisie en controle uitstraalt. Maar, het kan natuurlijk ook zijn dat hij het publiek probeert te beïnvloeden door hen steeds te confronteren met het gebaar voor OK. Op den duur ga je vanzelf Trump en OK met elkaar associëren.

Jammergenoeg kunnen we niet meten of de gebaren de waardering van Trump beïnvloedt, net als het deed bij de TED-talks. Zijn boodschap en persoon zijn al zo alom bekend, dat je geen nietsvermoedende mensen meer kunt vinden die objectief kunnen kijken naar zijn speeches. Ik kan hier dus ook geen advies op baseren …
Wat wel duidelijk is, is dat de gebaren gezien worden, bijvoorbeeld door Happy Toast die consequent vlaggetjes in de foto’s shopt. En, de debatten zijn ook gevoelig voor nasynchronisatie. De Guardian heeft daar zelfs een heel artikel aan gewijd, met een glansrol voor onze eigen Sander van de Pavert:

Goed nieuws over spreekangst: de cirkel kan doorbroken worden

Vaak hoor je zeggen: “je moet het hele publiek gewoon allemaal naakt voor je zien, dan gaat de spreekangst vanzelf over”. Ik ben zelf nooit zo dol op dat advies. Ik denk namelijk dat het nogal afleidt: voor je het weet gaat het idee van naakte mensen je speech overnemen en ben je meer bezig met je verzinsels dan met je eigen verhaal.
Maar, er zit een kern van waarheid in: hoe je naar je publiek kijkt, beïnvloedt je spreekangst. Als je ze ziet als gevaarlijke lieden, zal je angst toenemen. Dat lijkt logisch, maar het lijkt nu ook voorzichtig geconcludeerd te kunnen worden uit een onderzoek van de universiteiten van Boston en Peking.

onderzoek
Tijdens dit onderzoek, werd proefpersonen gevraagd een speech te houden van 3 minuten, via Skype. De proefpersonen waren in de veronderstelling dat ze dit deden voor een live publiek, maar ze zagen een filmpje van eerder opgenomen groepen mensen:

  • groep 1: vriendelijk, glimlachend en geïnteresseerd,
  • groep 2: gapend. fronsend en verveeld,
  • groep 3: neutrale gezichtsuitdrukkingen.

De oogbewegingen van de speechende proefpersonen werden gemeten, hun angst werd gemonitord door te letten op zweten en hartslag en hun werd gevraagd hoe bang ze zich voelden.

Social anxiety
Wat bleek? De mensen die hoog scoorden op “social anxiety” besteedden meer tijd aan het kijken naar het negatieve publiek en minder tijd aan het positieve. Mensen met weinig social anxiety keken juist méér naar de vriendelijke groep en minder naar de gapende,verveelde groep. Hoe meer aandacht de sprekers besteedden aan het negatieve publiek,  hoe angstiger ze werden.

Vicieuze cirkel
Wie (spreek)angst heeft, heeft ook nog eens de neiging naar verveelde mensen in het publiek te kijken.Spreekangst lijkt dus zichzelf indirect in stand te houden. Immers: angstige mensen lijken zelf hun angst in stand te houden door te kijken naar dingen waar ze bang van worden.
Maar, je kunt dit dan misschien ook omdraaien: wees je, als angstige spreker, bewust van het feit dat je -blijkbaar- onbewust factoren zoekt om dit in stand te houden. Doorbreek de cirkel en kijk dus expres níet naar de sjacherijnen in de zaal, maar concentreer je op iets neutraals of iets wat prettig is om naar te kijken.

 

Lees hier meer over het onderzoek: http://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/02699931.2015.1050359
Bron foto: TEDxFlanders 2014 NAKED  Audience.  Sara Smeekens

Keep the “pub” in public speaking

De grootste stressfactor bij presentaties, is dat mensen denken dat het iets onbekends is, iets wat ze nog niet onder de knie hebben.
En dat terwijl public speaking helemaal geen terra incognita is: je doet het heel de dag. Als je praat tegen iemand anders dan jezelf, ben je eigenlijk al aan het presenteren. Als je tegen je kind praat, tegen je kat of tegen je man. Zelfs als je bij de koffieautomaat vertelt hoe je weekend is geweest, ben je al bezig met stemgebruik, aanpassen aan je publiek en het geven van uitleg. Je kunt het al.

En er nog meer goed nieuws: je publiek is dus ook gewend aan het horen van conversationele toon. Zij verwachten dus geenszins van je dat je gaat voorlezen van je kaartjes. Je kunt die conversatie-toon dus prima vasthouden in je speech, presentatie of toespraak.

Natuurlijk: het is belangrijk om te letten op je volume en je tempo, dus een paar kleine aanpassingen kunnen geen kwaad, maar houd de “pub” in “public speaking”: praat alsof je het aan vrienden uitlegt bij een biertje of een kop koffie. Je zult dan automatisch vriendelijker overkomen én  je publiek zal jouw verhaal beter in zich opnemen als je  praat in plaats van voorleest.

Meer weten over deze aanpak: lees hier verder