De retorische driehoek

Waarschijnlijk is slechts 20% van al het werk van Aristoteles bewaard gebleven. Het is dus eigenlijk een wondertje dat we de Retorica nog hebben: het boek dat hij in de 4e eeuw voor Christus schreef. Je kunt het zien als een handboek over de kunst van het overtuigen. Zijn ideeën nog steeds de fundatie voor onze manier van argumenteren en overtuigen.
De retorische situatie die hij beschreef, wordt vaak in beeld gebracht door middel van een driehoek. Hoe die in elkaar steekt, vertel ik je in deze blog.

degpeoeIn de retorische situatie, die dus volgens Aristoteles ten grondslag ligt aan elke vorm van communicatie, vind je drie onderdelen:
1) the voice: de auteur: spreker / schrijver
2) the intended audience: het publiek (de doelgroep qua lezers of luisteraars)
3) the subject: wat de spreker/schrijver wil overbrengen

Elke punt in de driehoek vertegenwoordigt één van die drie onderdelen. Door een driehoek te gebruiken, kun je goed laten zien hoe wederzijdse afhankelijkheid werkt.Elke zijde van de driehoek laat een relatie zien tussen twee onderdelen. Dus, je ziet:
De toon: de connectie tussen spreker en het publiek
De attitude: hoe de spreker zich verhoudt tegenover zijn boodschap
De receptie: hoe het publiek de boodschap oppakt

imagesDe drie andere termen die belangrijk zijn in Aristoteles’ werk zijn ethos, pathos en logos.
Deze drie termen kun je ook een plek geven in de driehoek. Daarover een volgende keer!

 

 

 

Foto van de blauwe driehoek door Roel Wijnants: https://www.flickr.com/photos/roel1943/8245016471/

9 vragen om rekening mee te houden in je publieksanalyse

 

Het moeilijkste van spreken voor een groep is dénken als die groep. En dat terwijl publieksanalyse, je dus levendig voorstellen dat je die groep bent,  de sleutel tot een goede tekst of presentatie. Hoe pak je dat aan? Om je op weg te helpen hierbij 9 vragen die je jezelf moet stellen voordat je gaat presenteren:

  1. Hoe oud zijn ze?
    Het hoeft niet per se belangrijk te zijn, maar voor sommige onderwerpen is het cruciaal om te weten of je tegen tieners of pensionado’s spreekt. Zorg dus dat je een beeld hebt van de leeftijd van je publiek en pas je referenties erop aan.
  2. Spreken ze hetzelfde jargon als jij?
    Kennen ze de terminologie die je gaat gebruiken? Als dat niet zo is, zul je veel moeten uitleggen. Dat maakt uit voor de lengte van je presentatie. Misschien zul je onderdelen moeten schrappen.
  3. Met hoeveel zijn ze?
    Het maakt nogal uit of je voor een zaal met 100 man spreekt, of een zaal met 10. Toch vergeten veel sprekers zich voor te bereiden op de grootte van de zaal en het publiek.
  4. Lijk je op ze?
    Ben je, qua gender, leeftijd, opleidingsniveau en beroep een beetje hetzelfde als je publiek, of  kom je uit een heel andere hoek? Als je gezien wordt als buitenstaander, beïnvloedt dat je verhaal.
  5. Wat weten ze al?
    Wat weten ze al over jouw onderwerp? Wat nog niet? Wat men al weet, hoef je niet nodeloos te herhalen.
  6. Wat willen ze weten? Wat moeten ze weten?
    Maak twee slides waar deze vragen in ieder geval op worden beantwoord en werk ze verder uit.
  7. Wat vinden ze ervan?
    Staan ze neutraal tegenover je onderwerp? Zullen ze het met je eens zijn? Of zullen ze het met je oneens zijn? Bereid je voor.
  8. Zijn ze vrijwillig aanwezig of niet?
    Het spreekt voor zich, maar aan mensen die niet vrijwillig aanwezig zijn zul je je onderwerp meer moeten verkopen dan aan  mensen die zich vol enthousiasme hebben aangemeld.
  9. Op welke tijd van de dag houd je je speech?
    Hebben ze al twintig sprekers gehoord? Ben je de eerste? Komt na jou de lunch? Allemaal factoren om rekening mee te houden.

 

 

Repliek van Katie Mack gaat de hele wereld over

Twitteren als wetenschapper? De meningen zijn erover verdeeld. De ene groep wetenschappers gruwt ervan alles in 140 tekens te moeten proppen, maar er is ook een groep die twitter een krachtig middel vindt om de wereld op de hoogte te houden van onderzoek.
Dr Katherine (Katie) Mack behoort tot de tweede groep. Katherine is theoretisch astrofysicus en wil nieuwe manieren vinden om te leren over het vroege universum. Ze werkte bij  Caltech, Princeton en Cambridge en is nu verbonden aan Melbourne University. Katie deed onderzoek naar zwarte gaten, de snaartheorie en de formatie van de eerste melkwegen in het universum en als @AstroKatie  gebruikt ze Twitter om wetenschap verder te laten reiken.

don’t feed the trolls.
Wie twittert, of zich op een andere manier in de spotlight zet, komt vroeg of laat negatieve reacties tegen. Het belangrijkste aan twitteren is dan ook : don’t feed the trolls. Niet op reageren dus, geen aandacht aan schenken dan gaat het meestal vanzelf over.Lekker in hun eigen sop laten gaar koken dus. Een wet die natuurlijk veel ouder is dan het internet, maar op het internet weergaloos blijkt te gelden.

klimaatverandering
Katie heeft echter nogal eens last van trollen. Ze is eerlijk en uit haar mening op scherpe wijze; dat trekt blijkbaar nare reacties aan van anonieme twitteraars.
Op een dag keek ze naar een uitzending over klimaatverandering op de Australische televisie. Ze ergerde zich toen één van de panelleden beweerde dat NASA gegevens over klimaat vervalst had.
“Het is zo frustrerend om met dit soort ontkenningen om te gaan” schreef @astrokatie in een tweet. De reactie die ze toen kreeg, van een trol, was:

screen-shot-2016-10-21-at-11-18-26

Haar antwoord:

Screen Shot 2016-10-21 at 11.21.00.png

Wat de trol terug zei is overigens niet bekend, ook zijn (?) identiteit is tot nu toe een raadsel.
Maar hoe het ook zij: deze tweet ging viral. Over de hele wereld werd dit gesprek gelezen en Katie werd online toegejuicht. Niet alleen omdat Katie veel volgers heeft die dit bericht konden verspreiden, maar ook omdat J.K. Rowling haar online in het zonnetje zette:

screen-shot-2016-10-21-at-11-23-44

Moraal van dit verhaal? Of wetenschappers nu willen twitteren of niet, als ze de arena in gaan zullen ze moeten leren omgaan met trollen. Het moet bij je passen. Sommigen hebben voor zoiets een natuurlijk talent gekregen. En wat hulp.

De handen van Donald Trump: wat wil hij ermee zeggen?

Er wordt wel eens gezegd dat “body language” voor 97% deel uit maakt van je boodschap. Soms zegt men ook wel 55%. Allemaal onzin: je kunt lichaamstaal niet kwantificeren. Maar, dat wil niet zeggen dat lichaamstaal onbelangrijk is. Het blijkt bijvoorbeeld, dat TED-talks met goede handgebaren meer worden gewaardeerd. De Amerikaanse presidentskandidaat Trump heeft handgebaren die nogal opvallend zijn.  In deze blog zal ik er drie bespreken:

      1. “Het vingertje”
        vingertjeAls Trump over Clinton praat, dan wijst hij vaak naar haar met zijn wijsvinger, of ze zich nu in dezelfde ruimte bevindt of niet.Een opgeheven vingertje wordt meestal niet gewaardeerd door gesprekspartners en het publiek. Het wordt gezien als betweterig en beschuldigend. Normaal gezien proberen sprekers zo’n vingertje dan ook te vermijden.
        Door Trump wordt het waarschijnlijk gebruikt om uit te stralen dat hij controle heeft over de situatie. En over … Hilary.
      2. “De open armen”
        Republican presidential candidate Donald Trump speaks during a campaign stop at Farmington High School, Monday, Jan. 25, 2016, in Farmington, N.H. (AP Photo/John Minchillo)
        (AP Photo/John Minchillo)

        Als iemand zijn handpalmen naar je wendt, wordt dit vaak gezien als een gebaar van openheid. Immers, van oudsher betekent zoiets : ik heb geen wapens.

        Zo is het bij Trump waarschijnlijk niet bedoeld, volgens professor Beaty, die hoogleraar is in de psychologie en auteur van Rethinking Body Language
        Trump probeert, volgens Beaty,  een wij-gevoel te scheppen. Hij wil tonen dat hij tot dezelfde groep behoort als het publiek. Hij zegt “kijker, je en ik zitten op één lijn”

      3. “Het OK-gebaar”trump3 Wat Trump erg vaak doet, is het OK-gebaar met zijn duim en wijsvinger. Er wordt gezegd dat zo’n gebaar precisie en controle uitstraalt. Maar, het kan natuurlijk ook zijn dat hij het publiek probeert te beïnvloeden door hen steeds te confronteren met het gebaar voor OK. Op den duur ga je vanzelf Trump en OK met elkaar associëren.

Jammergenoeg kunnen we niet meten of de gebaren de waardering van Trump beïnvloedt, net als het deed bij de TED-talks. Zijn boodschap en persoon zijn al zo alom bekend, dat je geen nietsvermoedende mensen meer kunt vinden die objectief kunnen kijken naar zijn speeches. Ik kan hier dus ook geen advies op baseren …
Wat wel duidelijk is, is dat de gebaren gezien worden, bijvoorbeeld door Happy Toast die consequent vlaggetjes in de foto’s shopt. En, de debatten zijn ook gevoelig voor nasynchronisatie. De Guardian heeft daar zelfs een heel artikel aan gewijd, met een glansrol voor onze eigen Sander van de Pavert:

3 positieve gevolgen die goede communicatie kan hebben in de zorg:

Dat goede communicatie iets belangrijks is, weten we zo langzamerhand wel. Echter, recent is ontdekt dat goede communicatie  een gunstig effect heeft op therapietrouw en gezondheidsuitkomsten in de zorg, maar het kan ook werken als medicijn. Liesbeth van Vliet, Sandra van Dulmen, Patriek Mistiaen en Jozien Bensing schreven erover in het Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde.

Meten is lastig
Het is nog onduidelijk welke communicatieve gedragingen precies effectief zijn en op welke uitkomstmaten ze invloed hebben. Het immers lastig om te meten.
Stel dat patiënten tevredener zijn over het contact met hun arts nadat deze een communicatietraining heeft gevolgd. Komt dat dan doordat de arts vaker open vragen stelt of meer oogcontact heeft? Komt het omdat ze de arts gewoon een leuke vent vinden? Of komt het wellicht door iets anders? In onderzoek wordt communicatie vaak gebruikt als een containerbegrip, en dat biedt weinig praktische handvatten.
Toch kwamen er drie belangrijke conclusies uit het onderzoek van Mistiaen, Bensing, Van Dulmen en Van Vliet:

  1. Informeren
    Het geven van goede, volledige informatie door dokters, is misschien wel de belangrijkste communicatieve vaardigheid voor een dokter. Het gevoel van controle bij de patiënt wordt hierdoor enorm vergroot. Zo’n gevoel van controle heeft een positief effect op fysieke reacties, zoals de bloeddruk, en op kwaliteit van leven, zo kun je hier lezen.
  2. Verwachtingen
    Liesbeth van Vliet, Sandra van Dulmen, Patriek Mistiaen en Jozien Bensing deden een systematische literatuurstudie en concludeerden het pijn kan verminderen als een arts een positieve verwachting uitspreekt.Een negatieve verwachting daarentegen, versterkt de pijn juist mogelijk een beetje.
  3. Empathie
    Tijdens medische consulten zijn patiënten vaak gespannen en angstig. Als een arts empathisch is, wordt volgens dit onderzoek het stress-reducerende mechanisme in het brein van de patiënt in werking gezet . Dit leidt tot het verlagen van deze psychologische en fysieke spanning.
    Ook empathie is moeilijk te onderzoeken en te vangen. Wat wel is aangetoond, is dat in slechtnieuwsgesprekken empathische opmerkingen als ‘U staat er niet alleen voor’ onzekerheid en angst verminderen.

Conclusie
Het manipuleren van verwachtingen, het uiten van empathie en het geven van procedurele informatie kunnen invloed hebben op de pijnbeleving van patiënten, of op andere uitkomsten zoals angst en tevredenheid.
Hoewel er nog veel meer onderzoek moet worden gedaan, kunnen we door deze literatuurstudie concluderen dat goed communiceren met een patiënt  drie dingen kan opleveren:

  • neurobiologische reacties die vergelijkbaar zijn met het effect van pijnmedicatie,
  • vermindering van angst- en stress
  •  vergroting van het gevoel van controle en van vertrouwen in wat er gaat komen (‘self-efficacy’).

 

 

 

 

 

bron foto: https://www.flickr.com/photos/gbaku/4019920791/

Waarom vage taal slecht is voor bedrijven

 

Josh Bernoff, schrijver voor Harvard Business Review en wiskundige, deed onderzoek naar schrijven in het bedrijfsleven. 81% van zijn respondenten klaagt over slechte teksten: teksten zijn te lang, slecht georganiseerd, vol met vaktermen die niemand snapt en vooral erg onnauwkeurig. En dat is met name funest voor de bedrijfscultuur. De drie voornaamste uitkomsten van zijn onderzoek:

  1. “Fuzzy thinking leads to fuzzy writing”
    Als je een vaag, wollig  verhaal wilt ophangen, hoef je niet alles doordacht te hebben, je hoeft niet te onderzoeken wat je nou eigenlijk zegt of bedoelt. Wie echter een helder verhaal wil brengen, moet echt eerst helder krijgen wat de boodschap is.Helder schrijven dwingt tot helder nadenken.
  2. Wie helder schrijft, wordt vertrouwd
    Apple weigerde de telefoon van een terrorist te kraken. CEO Tim Cook legde dat uit in dit statement. Op deze manier geeft Cook – volgens Bernoff – het goede voorbeeld. Hij schrijft helder en duidelijk, zonder “fillers”.
    Zo’n heldere schrijfstijl creëert een beeld van helderheid. Je zegt gewoon wat je bedoelt en daarmee basta. Medewerkers krijgen het idee dat je te vertrouwen bent, ze hoeven niet op zoek naar een verborgen agenda.
  3. Heldere,duidelijke teksten zorgen voor meer productiviteit
    Een cultuur van helder en duidelijk schrijven, zorgt voor meer productiviteit. Als je geen tijd meer hoeft te verspillen aan het uitpluizen van vaagtaal, kun je die tijd gebruiken voor actie. Je hoeft je sowieso minder te ergeren, dat scheelt ook veel tijd en energie.

In Bernoff’s artikel veel Amerikaanse voorbeelden en hypothese over de reden dat er zo slecht wordt geschreven. Je vindt het hier

 

Waarom is het niet slim om vaak te zeggen dat je niet wil piepen?

Over televisiepresentator Johnny de Mol wordt geschreven dat hij niet klaagt over heftige omstandigheden tijdens het maken van zijn programma’s. Met die zin is iets geks. Je begrijpt de informatie in eerste instantie prima, maar wat van zo’n constructie overblijft op termijn, is juist het verband tussen ‘Johnny’ en ‘klagen over de omstandigheden’. De specifieke formulering verdwijnt.

In ons brein bevinden zich netwerken. Als je een woord hoort, worden veel andere woorden uit dat netwerk geactiveerd.Wie straat zegt, laat bij zijn toehoorders bijvoorbeeld ook de woorden “zebrapad” en “asfalt” oplichten. Ook als je zegt dat je niet op straat bent, blijft bij ons iets hangen van dat beeld. Dus, bij Johnny wordt dus iets vast gepind met “klagen” en “heftige omstandigheden”. Dat Johnny juist dit verband wil vermijden, beklijft niet.

Praeteritio
Het artikel gaat verder met: “Ik ben de laatste om te gaan piepen of zeuren dat ik het zwaar of heftig vind”.En verder vinden we in het artikel zinnen als “De presentator en acteur hoeft dan ook niet lang bij te komen van televisieopnames” en”Ik ga niet na de opnames in mijn hutje zitten”.
Wie zegt dat ‘ie het ergens niet over wilt hebben, doet het intussen toch. ‘Praeteritio’ heet deze  techniek officieel. Deze techniek is al eeuwen bekend in de retorica.  Letterlijk betekent praeteritio ‘voorbijgaan’. De praeteritio is heel geschikt om op een terloopse manier ergens de aandacht op te vestigen.

56991Nooit een bikkel
Wie weet wordt de praeteritio ingezet hier door De Mol. Hij heeft het in de laatste zinnen over de losse opvoeding, waar hij geen voorstander van is “Als je altijd achter de PlayStation mag, (..) dan word je nooit een bikkel.”
Wie weet is dat de crux en wil hij met zijn “niet zeuren” “niet bijkomen” en “niet klagen” juist stiekem zeggen: Johnny is een stoere jongen. Johnny is een bikkel. Eén advies Johnny: zeg dat dan gewoon, zonder een blik ontkenningen open te trekken. De netwerken zijn nu namelijk in actie gekomen en dat is onomkeerbaar. Het stuk zegt echt te vaak “niet”.

 

Bronnen:
http://tekstblad.nl/artikel/de-onbedoelde-kracht-van-de-ontkenning-zeg-niet-wat-je-n%C3%ADet-wilt