4 tips voor omgaan met een stroeve groep

In 2004 zette ik mijn eerste stappen in het onderwijs, toen ik ging werken als museumdocent bij Museum Boerhaave in Leiden. Ik gaf workshops aan middelbare scholieren over gezondheid en biologie en ik gaf rondleidingen aan allerhande groepen.
Ik moest aan Boerhaave denken toen ik  een werkgroep gaf aan een groep in september. Ze waren rustig en stil, dat was een feit, maar er was iets met ze. Ze mailden niet terug, ze zeiden niets in de les. Er was geen direct conflict ofzo, maar het schuurde.
Dat gebeurde in Boerhaave ook wel eens. Scholieren die laks me aan sloften, ongeïnteresseerde of juist vijandige blikken, meisjes die niet om mijn grapjes lachten. Ik had daar toen last van en ik heb het nu nog steeds: ik wil dat het gezellig is in mijn groep.

Ik schreef toen iets over groepen en destilleerde daaruit 4 tips. Bij dezen deel ik ze met je:

1. be the change
Laat zelf tegenover de groep het goede voorbeeldgedrag zien. Neem de studenten zoals ze zijn, toon respect, wees vriendelijk tegen allemaal en blijf dat ook.
Mensen zijn geneigd om de stemming over te nemen die de docent op hen afvuurt. Dus, als jij er staat omdat het moet en je lessen afdraait als een verplicht nummer, zullen zij dat oppikken en ook niet harder voor jóu lopen dan nodig.  Vrolijk zijn, of in ieder geval vrolijk overkomen, kan dus ook aanstekelijk werken.En daarbij geldt het oude adagium: fake it till you make it.

2. laat je zien
Zorg dat de studenten meer van elkaar (en van jou) te weten komen. Wat onbekend is, is vaak niet zo leuk. Wat bekender is, wordt vaak leuker. Als je een mens blijkt te zijn, oogst dat vaak meer waardering dan wanneer je op je voetstuk blijft staan.

3.bespreek het
Problemen gaan vaak niet vanzelf over. Het kan zijn dat studenten helemaal niet weten wat voor effect hun gedrag heeft en ook niet doorhebben wat ze doen. Dan kan het een goed idee zijn, om hen dit te vertellen. Maak het bespreekbaar. En doe dat, als het even kan, met een ik-boodschap. Dus,formuleer wat jíj wilt en waaraan jij behoefte hebt. Het voorkomt dat de ander je opmerking opvat als een beschuldiging.
justDe ik-boodschap brengt beter over wat je wilt bereiken en gaat minder in op de ergernis of belemmering die jij ervaart.


4. They’re just not that into you. So move on.

Lesgeven is soms net daten: soms heb je een vonk en soms niet. Als je stap 1 t/m 4 hebt toegepast en krijgt nog steeds geen respons …. geef het dan gewoon op. Trek niet aan een dood paard. Soms klikt het niet. Dat is helemaal niet het eind van de wereld. Move on.

picture credits: https://www.flickr.com/

Advertisements

Repliek van Katie Mack gaat de hele wereld over

Twitteren als wetenschapper? De meningen zijn erover verdeeld. De ene groep wetenschappers gruwt ervan alles in 140 tekens te moeten proppen, maar er is ook een groep die twitter een krachtig middel vindt om de wereld op de hoogte te houden van onderzoek.
Dr Katherine (Katie) Mack behoort tot de tweede groep. Katherine is theoretisch astrofysicus en wil nieuwe manieren vinden om te leren over het vroege universum. Ze werkte bij  Caltech, Princeton en Cambridge en is nu verbonden aan Melbourne University. Katie deed onderzoek naar zwarte gaten, de snaartheorie en de formatie van de eerste melkwegen in het universum en als @AstroKatie  gebruikt ze Twitter om wetenschap verder te laten reiken.

don’t feed the trolls.
Wie twittert, of zich op een andere manier in de spotlight zet, komt vroeg of laat negatieve reacties tegen. Het belangrijkste aan twitteren is dan ook : don’t feed the trolls. Niet op reageren dus, geen aandacht aan schenken dan gaat het meestal vanzelf over.Lekker in hun eigen sop laten gaar koken dus. Een wet die natuurlijk veel ouder is dan het internet, maar op het internet weergaloos blijkt te gelden.

klimaatverandering
Katie heeft echter nogal eens last van trollen. Ze is eerlijk en uit haar mening op scherpe wijze; dat trekt blijkbaar nare reacties aan van anonieme twitteraars.
Op een dag keek ze naar een uitzending over klimaatverandering op de Australische televisie. Ze ergerde zich toen één van de panelleden beweerde dat NASA gegevens over klimaat vervalst had.
“Het is zo frustrerend om met dit soort ontkenningen om te gaan” schreef @astrokatie in een tweet. De reactie die ze toen kreeg, van een trol, was:

screen-shot-2016-10-21-at-11-18-26

Haar antwoord:

Screen Shot 2016-10-21 at 11.21.00.png

Wat de trol terug zei is overigens niet bekend, ook zijn (?) identiteit is tot nu toe een raadsel.
Maar hoe het ook zij: deze tweet ging viral. Over de hele wereld werd dit gesprek gelezen en Katie werd online toegejuicht. Niet alleen omdat Katie veel volgers heeft die dit bericht konden verspreiden, maar ook omdat J.K. Rowling haar online in het zonnetje zette:

screen-shot-2016-10-21-at-11-23-44

Moraal van dit verhaal? Of wetenschappers nu willen twitteren of niet, als ze de arena in gaan zullen ze moeten leren omgaan met trollen. Het moet bij je passen. Sommigen hebben voor zoiets een natuurlijk talent gekregen. En wat hulp.

Cornell ontdekt: samen eten werkt beter

Teambuilding is belangrijk, vinden we. Er wordt wat afge-escaperoomt en ge-puzzeltocht om teams beter samen te laten werken. Maar, wat laat teams nou echt beter samenwerken? Op Cornell University vonden ze een heel simpel antwoord: eet eens samen.

2416167391_263fd9ac62_z
een desk-lunch. Dat mag dus eigenlijk niet meer van Cornell.

Kevin Kniffin, Brian Wansink, Carol Devine en Jeffery Sobal van Cornell University deden onderzoek bij 13 brandweerkazernes naar de eetgewoonten van de werknemers. Van te voren hadden de brandweermannen en – vrouwen aangegeven dat samen eten een belangrijke onderdeel was van hun functioneren als team. Immers, door samen te eten voel je wat meer een familie.
Belangrijk detail: onder “samen eten” verstond men ook “samen boodschappen doen en samen koken”, want de meeste kazernes hebben wel een keuken, maar eten moet door de medewerkers zelf geregeld worden.
En inderdaad, Kniffin et al. vonden positieve correlaties tussen samen eten en de prestaties als team in alle kazernes. Samenwerken ging twee keer zo goed bij de samen-eters.

Misschien is het dus ook wel zo, dat samen lunchen werkt omdat de brandweermannen erin geloven dat het werkt.Maar hoe het ook zij: maaltijden moet je niet als vanzelfsprekend beschouwen in het bestuderen van teams.

 

 

De handen van Donald Trump: wat wil hij ermee zeggen?

Er wordt wel eens gezegd dat “body language” voor 97% deel uit maakt van je boodschap. Soms zegt men ook wel 55%. Allemaal onzin: je kunt lichaamstaal niet kwantificeren. Maar, dat wil niet zeggen dat lichaamstaal onbelangrijk is. Het blijkt bijvoorbeeld, dat TED-talks met goede handgebaren meer worden gewaardeerd. De Amerikaanse presidentskandidaat Trump heeft handgebaren die nogal opvallend zijn.  In deze blog zal ik er drie bespreken:

      1. “Het vingertje”
        vingertjeAls Trump over Clinton praat, dan wijst hij vaak naar haar met zijn wijsvinger, of ze zich nu in dezelfde ruimte bevindt of niet.Een opgeheven vingertje wordt meestal niet gewaardeerd door gesprekspartners en het publiek. Het wordt gezien als betweterig en beschuldigend. Normaal gezien proberen sprekers zo’n vingertje dan ook te vermijden.
        Door Trump wordt het waarschijnlijk gebruikt om uit te stralen dat hij controle heeft over de situatie. En over … Hilary.
      2. “De open armen”
        Republican presidential candidate Donald Trump speaks during a campaign stop at Farmington High School, Monday, Jan. 25, 2016, in Farmington, N.H. (AP Photo/John Minchillo)
        (AP Photo/John Minchillo)

        Als iemand zijn handpalmen naar je wendt, wordt dit vaak gezien als een gebaar van openheid. Immers, van oudsher betekent zoiets : ik heb geen wapens.

        Zo is het bij Trump waarschijnlijk niet bedoeld, volgens professor Beaty, die hoogleraar is in de psychologie en auteur van Rethinking Body Language
        Trump probeert, volgens Beaty,  een wij-gevoel te scheppen. Hij wil tonen dat hij tot dezelfde groep behoort als het publiek. Hij zegt “kijker, je en ik zitten op één lijn”

      3. “Het OK-gebaar”trump3 Wat Trump erg vaak doet, is het OK-gebaar met zijn duim en wijsvinger. Er wordt gezegd dat zo’n gebaar precisie en controle uitstraalt. Maar, het kan natuurlijk ook zijn dat hij het publiek probeert te beïnvloeden door hen steeds te confronteren met het gebaar voor OK. Op den duur ga je vanzelf Trump en OK met elkaar associëren.

Jammergenoeg kunnen we niet meten of de gebaren de waardering van Trump beïnvloedt, net als het deed bij de TED-talks. Zijn boodschap en persoon zijn al zo alom bekend, dat je geen nietsvermoedende mensen meer kunt vinden die objectief kunnen kijken naar zijn speeches. Ik kan hier dus ook geen advies op baseren …
Wat wel duidelijk is, is dat de gebaren gezien worden, bijvoorbeeld door Happy Toast die consequent vlaggetjes in de foto’s shopt. En, de debatten zijn ook gevoelig voor nasynchronisatie. De Guardian heeft daar zelfs een heel artikel aan gewijd, met een glansrol voor onze eigen Sander van de Pavert:

3 positieve gevolgen die goede communicatie kan hebben in de zorg:

Dat goede communicatie iets belangrijks is, weten we zo langzamerhand wel. Echter, recent is ontdekt dat goede communicatie  een gunstig effect heeft op therapietrouw en gezondheidsuitkomsten in de zorg, maar het kan ook werken als medicijn. Liesbeth van Vliet, Sandra van Dulmen, Patriek Mistiaen en Jozien Bensing schreven erover in het Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde.

Meten is lastig
Het is nog onduidelijk welke communicatieve gedragingen precies effectief zijn en op welke uitkomstmaten ze invloed hebben. Het immers lastig om te meten.
Stel dat patiënten tevredener zijn over het contact met hun arts nadat deze een communicatietraining heeft gevolgd. Komt dat dan doordat de arts vaker open vragen stelt of meer oogcontact heeft? Komt het omdat ze de arts gewoon een leuke vent vinden? Of komt het wellicht door iets anders? In onderzoek wordt communicatie vaak gebruikt als een containerbegrip, en dat biedt weinig praktische handvatten.
Toch kwamen er drie belangrijke conclusies uit het onderzoek van Mistiaen, Bensing, Van Dulmen en Van Vliet:

  1. Informeren
    Het geven van goede, volledige informatie door dokters, is misschien wel de belangrijkste communicatieve vaardigheid voor een dokter. Het gevoel van controle bij de patiënt wordt hierdoor enorm vergroot. Zo’n gevoel van controle heeft een positief effect op fysieke reacties, zoals de bloeddruk, en op kwaliteit van leven, zo kun je hier lezen.
  2. Verwachtingen
    Liesbeth van Vliet, Sandra van Dulmen, Patriek Mistiaen en Jozien Bensing deden een systematische literatuurstudie en concludeerden het pijn kan verminderen als een arts een positieve verwachting uitspreekt.Een negatieve verwachting daarentegen, versterkt de pijn juist mogelijk een beetje.
  3. Empathie
    Tijdens medische consulten zijn patiënten vaak gespannen en angstig. Als een arts empathisch is, wordt volgens dit onderzoek het stress-reducerende mechanisme in het brein van de patiënt in werking gezet . Dit leidt tot het verlagen van deze psychologische en fysieke spanning.
    Ook empathie is moeilijk te onderzoeken en te vangen. Wat wel is aangetoond, is dat in slechtnieuwsgesprekken empathische opmerkingen als ‘U staat er niet alleen voor’ onzekerheid en angst verminderen.

Conclusie
Het manipuleren van verwachtingen, het uiten van empathie en het geven van procedurele informatie kunnen invloed hebben op de pijnbeleving van patiënten, of op andere uitkomsten zoals angst en tevredenheid.
Hoewel er nog veel meer onderzoek moet worden gedaan, kunnen we door deze literatuurstudie concluderen dat goed communiceren met een patiënt  drie dingen kan opleveren:

  • neurobiologische reacties die vergelijkbaar zijn met het effect van pijnmedicatie,
  • vermindering van angst- en stress
  •  vergroting van het gevoel van controle en van vertrouwen in wat er gaat komen (‘self-efficacy’).

 

 

 

 

 

bron foto: https://www.flickr.com/photos/gbaku/4019920791/

Goed nieuws over spreekangst: de cirkel kan doorbroken worden

Vaak hoor je zeggen: “je moet het hele publiek gewoon allemaal naakt voor je zien, dan gaat de spreekangst vanzelf over”. Ik ben zelf nooit zo dol op dat advies. Ik denk namelijk dat het nogal afleidt: voor je het weet gaat het idee van naakte mensen je speech overnemen en ben je meer bezig met je verzinsels dan met je eigen verhaal.
Maar, er zit een kern van waarheid in: hoe je naar je publiek kijkt, beïnvloedt je spreekangst. Als je ze ziet als gevaarlijke lieden, zal je angst toenemen. Dat lijkt logisch, maar het lijkt nu ook voorzichtig geconcludeerd te kunnen worden uit een onderzoek van de universiteiten van Boston en Peking.

onderzoek
Tijdens dit onderzoek, werd proefpersonen gevraagd een speech te houden van 3 minuten, via Skype. De proefpersonen waren in de veronderstelling dat ze dit deden voor een live publiek, maar ze zagen een filmpje van eerder opgenomen groepen mensen:

  • groep 1: vriendelijk, glimlachend en geïnteresseerd,
  • groep 2: gapend. fronsend en verveeld,
  • groep 3: neutrale gezichtsuitdrukkingen.

De oogbewegingen van de speechende proefpersonen werden gemeten, hun angst werd gemonitord door te letten op zweten en hartslag en hun werd gevraagd hoe bang ze zich voelden.

Social anxiety
Wat bleek? De mensen die hoog scoorden op “social anxiety” besteedden meer tijd aan het kijken naar het negatieve publiek en minder tijd aan het positieve. Mensen met weinig social anxiety keken juist méér naar de vriendelijke groep en minder naar de gapende,verveelde groep. Hoe meer aandacht de sprekers besteedden aan het negatieve publiek,  hoe angstiger ze werden.

Vicieuze cirkel
Wie (spreek)angst heeft, heeft ook nog eens de neiging naar verveelde mensen in het publiek te kijken.Spreekangst lijkt dus zichzelf indirect in stand te houden. Immers: angstige mensen lijken zelf hun angst in stand te houden door te kijken naar dingen waar ze bang van worden.
Maar, je kunt dit dan misschien ook omdraaien: wees je, als angstige spreker, bewust van het feit dat je -blijkbaar- onbewust factoren zoekt om dit in stand te houden. Doorbreek de cirkel en kijk dus expres níet naar de sjacherijnen in de zaal, maar concentreer je op iets neutraals of iets wat prettig is om naar te kijken.

 

Lees hier meer over het onderzoek: http://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/02699931.2015.1050359
Bron foto: TEDxFlanders 2014 NAKED  Audience.  Sara Smeekens

Overtuigen, door een vraag te stellen?

Eén van de belangrijkste wetten van de handel in onroerend goed is: location, location, location. Eén van de belangrijkste geboden bij presenteren zou moeten zijn: audience, audience en audience. Je houdt de presentatie niet (alleen) voor je zelf, maar voornamelijk voor je publiek.
Redeneren vanuit hun gezichtspunt is moeilijk. Maar, het is ook het effectiefste wat je kunt doen in een speech. Zeker als je mensen probeert te overtuigen, loont het om niet uit te leggen waarom jíj deze mening bent toegedaan, maar waarom zij deze mening zouden moeten hebben.

Hoe kun je dit doen? Je zou kunnen starten met het stellen van een vraag die je publiek interesseren zal.Dan zijn ze meteen betrokken.Hun antwoord op de vraag, geeft je een goede voedingsbodem om mensen daadwerkelijk van mening te laten veranderen.Empathie helpt.
Kijk bijvoorbeeld eens naar de talk die Reint Jan Renes gaf op TEDxUtrecht 2012:


Reint Jan begint met het stellen van een aantal vragen, waar het publiek op kan reageren door hun hand op te steken. Het lukt hem om de mensen langzaam zijn verhaal in te lokken: wie is er op de fiets? wie heeft de fiets op een goede plek gezet? Op die manier ontstaat bij je publiek de gedachte: “dit gaat over ons”.
Toegegeven:aan de uitvoering kan nog het één en ander gepolijst worden: het zijn erg veel vragen in erg korte tijd. Het luistert nauw, het starten met een vraag: je moet de juiste vraag stellen, het moet behapbaar zijn voor je publiek. Nu is Reint Jan niet per se van zins om de mensen ronkend te overtuigen van zijn mening, maar het zou een interessante manier kunnen zijn om een overtuigende speech te openen. Probeer het eens!

De foto is publiek in de Bolder op Vlieland, bij een optreden van Chantal Acda