Waar je echt rekening mee moet houden als je je Powerpoint maakt

 

slide6
te vol

Het is op zich geen gek idee om een PowerPoint te gebruiken om je colleges of presentatie te ondersteunen. Echter: een powerpoint moet niet te vol staan met informatie. Dat werkt averechts.
Dit heeft te maken met de cognitive load van je publiek. Cognitive load betekent: de capaciteit van het werkgeheugen van de mens. En dan in het bijzonder: de capaciteit om informatie vast te houden en tegelijkertijd nieuwe informatie te verwerken.
Deze Cognitive Load wordt beïnvloed door de manier waarop informatie wordt aangeboden. Natuurlijk verschilt het per publiek, maar in het algemeen geldt: te veel informatie op je slide én die dan ook nog hardop voorlezen is te veel voor de cognitive load van je publiek. Het publiek zit dan vol. Je bent hun aandacht dan kwijt en ze onthouden de informatie minder goed.

Hoe pak je het dán aan?

  • Het beste is om visueel en auditieve stimuli af te wisselen.
    Dus: iets tonen en daarna iets zeggen, maar niet tegelijkertijd.
  • Gebruik weinig woorden op een slide;
    Zelf houd ik altijd de 7×7 regel aan: 7 woorden en 7 regels. Niet meer.
  • Gebruik persoonlijke taal in je college, dus heb het over “je” en “jullie” en niet “de student”. Studenten voelen zich dan meer betrokken. En wie zich betrokken voelt, leert meer.
Advertisements

Waarom is het niet slim om vaak te zeggen dat je niet wil piepen?

Over televisiepresentator Johnny de Mol wordt geschreven dat hij niet klaagt over heftige omstandigheden tijdens het maken van zijn programma’s. Met die zin is iets geks. Je begrijpt de informatie in eerste instantie prima, maar wat van zo’n constructie overblijft op termijn, is juist het verband tussen ‘Johnny’ en ‘klagen over de omstandigheden’. De specifieke formulering verdwijnt.

In ons brein bevinden zich netwerken. Als je een woord hoort, worden veel andere woorden uit dat netwerk geactiveerd.Wie straat zegt, laat bij zijn toehoorders bijvoorbeeld ook de woorden “zebrapad” en “asfalt” oplichten. Ook als je zegt dat je niet op straat bent, blijft bij ons iets hangen van dat beeld. Dus, bij Johnny wordt dus iets vast gepind met “klagen” en “heftige omstandigheden”. Dat Johnny juist dit verband wil vermijden, beklijft niet.

Praeteritio
Het artikel gaat verder met: “Ik ben de laatste om te gaan piepen of zeuren dat ik het zwaar of heftig vind”.En verder vinden we in het artikel zinnen als “De presentator en acteur hoeft dan ook niet lang bij te komen van televisieopnames” en”Ik ga niet na de opnames in mijn hutje zitten”.
Wie zegt dat ‘ie het ergens niet over wilt hebben, doet het intussen toch. ‘Praeteritio’ heet deze  techniek officieel. Deze techniek is al eeuwen bekend in de retorica.  Letterlijk betekent praeteritio ‘voorbijgaan’. De praeteritio is heel geschikt om op een terloopse manier ergens de aandacht op te vestigen.

56991Nooit een bikkel
Wie weet wordt de praeteritio ingezet hier door De Mol. Hij heeft het in de laatste zinnen over de losse opvoeding, waar hij geen voorstander van is “Als je altijd achter de PlayStation mag, (..) dan word je nooit een bikkel.”
Wie weet is dat de crux en wil hij met zijn “niet zeuren” “niet bijkomen” en “niet klagen” juist stiekem zeggen: Johnny is een stoere jongen. Johnny is een bikkel. Eén advies Johnny: zeg dat dan gewoon, zonder een blik ontkenningen open te trekken. De netwerken zijn nu namelijk in actie gekomen en dat is onomkeerbaar. Het stuk zegt echt te vaak “niet”.

 

Bronnen:
http://tekstblad.nl/artikel/de-onbedoelde-kracht-van-de-ontkenning-zeg-niet-wat-je-n%C3%ADet-wilt

De SOS-techniek: een handige kapstok?

62811-004-6817DAEF (1)Daar zit je dan. Met een research paper vol data en uitkomsten. Maar hoe maak je daar nu een verhaal van? Ramit Sethi bedacht een eenvoudige methode om je verhaal aan te kleden en op de bouwen: het S.O.S. Framework.
S.O.S staat in dit geval niet voor “Save Our Ship” of”Save Our Souls”, maar voor situation, obstacle en solution.  Seth adviseert om je verhaal in drieën te verdelen en dus elk onderdeel op te handen aan de S, de O of de volgende S.

En ja, dit zou ook kunnen werken bij een verslag van wetenschappelijk onderzoek.
Bij een verslag van een biomedisch onderzoek zou je het zo kunnen doen:
Situation:
zoveel miljoen mensen sterven jaarlijks aan X //
het is niet bekend waarom witte bloedcellen X doen.
Obstacle: eerder onderzoek kon niet goed aantonen waar dat aan lag vanwege Y //
er moet dus een medicijn worden gevonden maar dat is lastig vanwege Y //
het moet dus onderzocht worden, maar het is moeilijk vast te stellen waar we dan beginnen moeten
En ander Solution vallen dan je hypothese en je resultaten.

Het lijkt bijna te simpel. En inderdaad, het weerspiegelt niet 100% de complexe praktijk van het geven van een academische presentatie. Maar dat pretendeert Ramit ook niet; hij biedt een framework, een kapstok zogezegd. En dat is toch het proberen waard? Wat zijn jullie ervaringen met deze structuur?

Meer over je speech in drie stukken knippen lees je hier: https://alsbrugman.wordpress.com/2016/08/03/3-tips-voor-drieslagen/

Lees hier meer op het blog van Ramit: http://www.iwillteachyoutoberich.com

 

Storytelling werkt ook in het brein?

Storytelling is hip en hot op het moment. De verbindende kracht van verhalen wordt volop ingezet in communicatie en organisatieverandering. Idee erachter is, dat een interessant verhaal meer aandacht krijgt dan reclame. Je boodschap moet worden doorverteld, mond tot mond of via social media. “Het verhaal vaak het enige dat het ene product nog van het andere onderscheidt” schreef John Weich in 2013 in zijn boek Storytelling on Steroids.

Het verhaal komt ook terug in zelfhulpboeken, zoals You Are a Badass: How to Stop Doubting Your Greatness and Start Living an Awesome Life van Jen Sincero en op  de blog Zen Habits van Leo Babauta. Het gaat dan niet zozeer om verhaalstructuren of motieven, maar om het verhaal dat je jezelf vertelt.

Wat?

Huh?

Ja.

De idee is dat verhalen niet alleen spelen in onze buitenwereld en ons dagelijks leven, maar ook een belangrijke rol spelen in ons brein. Je vertelt je zelf de hele dag verhalen.
Onze hersenen houden van verhalen. We zoeken voortdurend samenhang tussen eenheden van informatie – en vinden die ook. De linkerhelft van ons brein is verantwoordelijk voor het spinnen van al die verhalen. Hier wordt de continue informatiestroom geordend en georganiseerd in een overzichtelijk geheel.

Omdat we een hekel hebben aan onzekerheid, willekeur en toeval, gaan we overal betekenis aan toedichten en overal verhalen van maken. Daarom bedenken we er van alles bij als iemand niet terugbelt, bijvoorbeeld. We construeren verhalen, gebaseerd op onze ervaringen, als interpretatie van de wereld om ons heen.
Dat kan prettig zijn: als je jezelf een verhaal vertelt over je lieve vrouw, dan maakt dit verhaal jou gelukkig. Je buurman vindt jouw vrouw misschien bazig en onbeleefd en dat past weer in zijn verhaal over de werkelijkheid.

Zo werkt het ook met de sportschool. Je vertelt je zelf het verhaal dat je er toch nooit naartoe gaat. Dat je nu eenmaal niet zo iemand bent die verandert in een sportheld. Hoe los je dit op? Lees het op de blog van Leo.